Er was al wijkverpleging betrokken, maar dat was niet genoeg. De ondersteuning moest worden uitgebreid met hulp in het huishouden en aandacht voor welzijn. We zijn voorzichtig begonnen: drie dagen per week, twee uur per dag.
Vanaf juni 2024 waren we volledig op sterkte. De welzijnsmomenten bleven in eerste instantie drie dagen per week.
In het begin vond mevrouw het allemaal moeilijk. Ze was moe, kon slecht lopen en had weinig zin in activiteiten. Rond elf uur ’s ochtends vroeg ze vaak al of ze naar bed mocht. Toch lukte het ons meestal om dat uit te stellen tot na de lunch.
Langzaam begon er iets te veranderen. Door haar te betrekken bij lichte huishoudelijke taken, samen een spelletje te doen of creatief bezig te zijn, zagen we haar opbloeien. Ze kreeg weer plezier in de dag. Ze begon weer te genieten van de mensen en dingen om haar heen.
Inmiddels is het welzijnsmoment uitgebreid naar vijf dagen per week. Dat zorgt niet alleen voor meer structuur en plezier voor mevrouw, maar ook voor rust bij haar zoon. Hij heeft weer tijd voor zichzelf en tijd om af en toe iets leuks doen. Mevrouw gaat nu ook weer mee naar familie of haalt samen met haar kleinzoon een ijsje bij de McDrive. Na de lunch zit ze lekker in haar stoel, kijkt televisie of luistert naar muziek. Soms dommelt ze wat weg. Maar de middagen in bed? Die zijn verleden tijd.
Ook voor de zoon is er veel veranderd. Hij is gestart met een cursus voor zichzelf. Daardoor kan hij het mantelzorgen beter combineren met zijn rol als zoon. Hij geniet weer van het contact met zijn moeder, zonder dat de zorg de boventoon voert.