’Ons werk bestaat
voor een groot deel
uit luisteren en
regelen wat nodig is’
Door de sneeuw
Gerben weet nog dat ze een keer ’s nachts rond vieren op een dijk moesten zijn. “Er lag verschrikkelijk veel sneeuw, we gingen er tot onze knieën doorheen. De cliënt was terminaal en erg ziek. Hij zat onder de ontlasting en had bloed gebraakt.” Ze stelden de mantelzorgers gerust, belden een arts en wasten de cliënt. Jootje: “Het is fijn als je dat samen kunt doen, we waren wel anderhalf uur bezig.” Om half 6 had de arts medicatie toegediend en waren de cliënt en zijn naasten weer rustig. Gerben: “Als het brandje is geblust, zit onze taak erop.”
Paniek
Als het team aankomt, treffen ze vaak paniek. “Mantelzorgers weten niet wat er aan de hand is met hun naaste of wat ze moeten doen”, zegt Gerben. “Ons werk bestaat voor een groot deel uit luisteren
en regelen wat nodig is.” ‘s Nachts zijn mensen banger, vult Jootje aan. “Anderen zijn moeilijker bereikbaar om te helpen. Daarom geef ik ze soms mijn rechtstreekse nummer, voor als er nog iets is. Dat geeft rust.”